Skip to Content
Het brouwproces

Het brouwproces

De in de Abdijbrouwerij van Park gebruikte methode werd ook al in de Middeleeuwen gehanteerd. Er wordt namelijk van het graan een suikeroplossing gemaakt die men laat vergisten. Daarbij worden alcohol en koolzuurgas gevormd.

Graan is het belangrijkste ingrediënt van de abdijbieren van Park. Niet alleen gerst, maar ook rogge, tarwe en mais kunnen worden gebruikt. In de Braxatorium Parcensis-bieren wordt vooral zomergerst gebruikt, die men laat kiemen. Het kiemproces kan worden stopgezet door het “in de kiem te smoren” met behulp van hete lucht in een eest. Op dat moment blijft het beste over van twee werelden. Een gerstkorrel vol zetmeel en vol enzymes. Dit is precies wat de brouwer nodig heeft. Door de temperatuur aan te passen van de eest, verandert ook de kleur van de mout.

Vooraleer met brouwen kan begonnen worden, moet de mout nog gemaald worden. Dit gebeurt in de Abdijmolen waar een geschikte steen werd gevonden die grof kan malen.

In de eerste ketel van de brouwerij wordt water van 52°C met de gemalen mout gemengd. Daarna wordt de temperatuur van het mengsel verhoogd tot 63°C. Op die temperatuur zijn de beta-amylasen zeer actief. Ze knippen de lange zetmeelketens in stukken waardoor er suikers worden gevormd. Nadien wordt de temperatuur verder opgedreven tot 72°C zodat ook de alfa-amylasen geactiveerd worden. Eens alle zetmeel afgebroken is, krijgen we 'wort'. Wanneer aan het wort tarwe, rogge of mais worden toegevoegd, dan zullen de enzymes van het mout ook het zetmeel van deze granen mee afbreken en omzetten in suikers.

Na de filtering met een revolutionaire Meura 2001-filter van Belgische makelij ontstaat klaar wort. Deze filter biedt het grote voordeel dat met heel verschillende granen kan gewerkt worden en dat het laatste suikerextract via membranen onder druk er door wordt geperst. Geen verlies dus en enorm snel. Wat over blijft, is draf. De abdijkoeien zijn er verlekkerd op.

Vervolgens wordt het wort, samen met de hop, gekookt in de kookketel. Daarbij vormt er zich nog een troebele materie (trub) die ook moet worden afgescheiden. Nadien wordt het wort gekoeld tot 20°C en wordt het naar de gisttank overgepompt.

Tussen de koeling en de gisttank wordt nog lucht door het wort gejaagd. Een gistcel heeft namelijk lucht nodig om zich te vermenigvuldigen. Op een bepaald moment zullen de gistcellen zich niet meer vermenigvuldigen maar gaan ze over tot een alcoholische vergisting. Ze eten suikers en scheiden alcohol en koolzuurgas uit. Er komt ook wat warmte vrij waardoor de gistingstanks gekoeld moeten worden om de temperatuur constant op 22°C te houden. Na ongeveer een week is het brouwsel uitgegist en kunnen we het koelen tot bijna het vriespunt.

Daarna laten we het bier gedurende enkele weken rijpen op lage temperatuur. Dit is een zeer traag proces, dat noodzakelijk is om het bier evenwichtig en stabiel te krijgen. Vervolgens wordt het bier afgevuld in flessen of vaten.

Bij het afvullen, wordt opnieuw een klein beetje gist toegevoegd waardoor er in de fles nog eens een vergisting plaatsvindt. De derde vergisting, de “Tripel”, is een feit. Alle Braxatorium Parcensis-bieren zijn dus eigenlijk tripels.

 

Een mooi staaltje van innovatieve technologie

Door de eeuwen heen was de Abdij van Park gekend voor zijn innovatie. In de nieuwe abdijbrouwerij is dat niet anders. Bij de productie van de bieren wordt gebruik gemaakt van moderne innovatieve technologie met respect voor de basis van het middeleeuwse brouwen. Kortom, het brouwproces van weleer in installaties van vandaag.

Wat vooral belangrijk is, is de tijd die genomen wordt om de Braxatorium Parcensis-bieren te brouwen. Traag is goed. Dit in tegenstelling met tal van grotere brouwerijen waar de nadruk wordt gelegd op snelheid en productiviteit.

Hieronder vind je een overzicht van de gebruikte technieken in de abdijbrouwerij. Ze zijn allemaal van Belgische makelij.

Directe stoominjectie
In de maischketel wordt het gemalen graan gemengd met water en verwarmd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van directe stoominjectie. Het voordeel is dat er geen warmte verloren gaat. Het hele brouwsel is ook overal even warm.

Een bijkomend voordeel is dat met dit systeem flink wat water wordt bespaard omdat er ook geen aanbakefffect is op de bodem van de tank en de wanden van de tank hierdoor properder blijven.

De stoom wordt opgewekt via een elektrische stoomgenerator, die wordt aangedreven door 100% groene stroom. Er is met andere woorden geen CO2-uitstoot.

Het stoominjectiesysteem werd gebouwd door het Belgische bedrijf Meura.

Meura-filter 2001
Dit is het pronkstuk van de brouwerij. Dankzij deze filter kan gewerkt worden met verschillende graansoorten. Het rendement ligt zeer hoog. Tot de laatste druppel van het brouwsel toe wordt gebruikt. De verliezen zijn minimaal.

Excentrisch bodemroerwerk
De maischketel is uitgerust met een excentrisch roerwerk, dat op de bodem van de tank gemonteerd werd. Het roerwerk voorkomt dat er een grote draaikolk ontstaat. De ingrediënten worden bijgevolg beter gemengd en er wordt niet teveel lucht in het brouwsel gebracht.

Kookketel
De ketel is uitgerust met een externe koker. Hierdoor kan er gewerkt worden met verschillende brouwvolumes. Het opwarmen gebeurt met stoom onder lage druk om de verdamping beter te kunnen regelen. Aangezien het wort niet oververhit geraakt, verkleurt het ook niet. Tenslotte bezorgen wij ons brouwsel geen 'warmtestress'. Het gevolg is dat de eiwitten die belangrijk zijn voor de schuimvorming, niet aangetast worden.

Whirlpool en kookketel gecombineerd
Tijdens het koken vormt er zich een troebele materie die uit het wort moet worden gehaald. Aan de onderkant van de ketel wordt het wort uitgepompt en langs de zijkant opnieuw in de ketel geïnjecteerd. Daardoor ontstaat een kolk die ervoor zorgt dat het troebele gedeelte naar de bodem zinkt en het wort bovenaan klaar wordt

Over Braxatorium Parcensis

Braxatorium Parcensis
Abdijbrouwerij
Abdij van Park 7
3001 Heverlee (Leuven)